Bouwen! Bouwen! Bouwen!

Morgen en overmorgen gaan we bouwen op het dak, hoera, maar het is nu al officieel: sinds vorige week is er al officieel een Zwerftuin! En hoe dat ineens bij elkaar kwam is raadselachtig. Tijdens het spelen van de Wilde Jacht vorige week was er namelijk een vriend van een vriend in de zaal die die avond spontaan besloten had om met vriend mee te komen, en die hoorde dat we nog aarde nodig hadden voor de tuin. Nou woont hij in het NRC gebouw, een gelegaliseerd kraakpand achter ons oude stadhuis( – uche uche – ‘koninklijk paleis’ natuurlijk) en woningbouwcorporatie IJmere wou net de daktuin daar ontruimen voor een renovatie zonder daar netjes over te communiceren met de bewoners. Dat is natuurlijk ook een doorn in het oog voor IJmere, dat ze daar pal achter het paleis een stuk sociale huur moet onderhouden waardoor ze weliswaar het een en ander verdienen, maar een stuk minder dan ze zouden kunnen. Pech voor IJmere, pech voor de tuinierende bewoners, geluk voor Zwerftuin! Dus met de vriend en de vriendvriend een dag lang driftig bakken aarde en kleine boompjes door nauwe en wijde trapgaten gesjouwd en naar school gebakfietst, en aan het eind van de dag was er zowaar de kiem van een tuin richting ons dak gezworven! 12 kuipen aarde, wat klimop, een zilverberk en een rood boompje waarvan ik de naam nog steeds op moet zoeken. En er zaten al gelijk twee SNDO-meisjes tussen te ontspannen, dus hee, het werkt. Ik had het weekeind daarop zelfs nog meer kunnen halen, maar was inmiddels eindelijk echt ellendig ziek geworden zoals iedereen om me heen, en kon het niet georganiseerd krijgen. Dus wat niet binnengehaald is ligt nu in de container, pijn, au, pijn. Sorry plantjes, sorry vriend van vriend die nog veel moeite gedaan heeft. Hopelijk maken we het morgen goed door een mooie tuin te beginnen… Andere opsteker: bij Techniek hebben ze vandaag te gekke rietveldstoeltjes gemaakt en de vraag was of die ook in de tuin pasten. Tuurlijk, kom maar op! Iedereen weet dat de revolutie begint op rietveldstoeltjes.

Grote verrassing wordt met hoeveel mensen we morgen op het dak staan. Dus voor wie het nog niet wist: kom allemaal langs tussen 1o.oo en 17.oo & knutsel mee aan watervoorziening, windbescherming, compostbak, broeikas, rijdende (immers: nomadische) groentebedden, onder andere in de oude houten palletbakken die we vandaag onder Rotterdam gehaald hebben, en wat we nog maar kunnen verzinnen! Heb er echt onwijze goesting in. Onwijze goesting.

originaliteit is dood, leve de tuin!

Het is niet echt iets nieuws wat we doen, dat is me zo langzamerhand wel duidelijk geworden. Overal schieten urban gardening projekten als paddestoelen uit de grond. Veel mensen die ik spreek blijken zelf ook groenten te kweken. Iedereen raadt me weer andere mensen – kunstenaars of niet – aan die ik ècht moet spreken omdat ze ook met zoiets bezig zijn. Het is dus bepaald niet ‘origineel’, sterker nog, het is zo oud als de wereld dat we bezig zijn met planten in onze nabije omgeving, om van te eten en van te genieten. Waarom zou het dan kunst zijn? Waarom zijn er zoveel ‘kunstenaars’ bezig met dit soort projekten? En als het al overal gebeurt, waarom doen wij daar met dit projekt aan mee? Volgen we niet gewoon slaafs de zoveelste hype, die wel weer over waait als iets anders zich aandient?

Deze week zat ik aan de lange tafel in de hal van de theaterschool te wachten op de begeleider van de solo waar ik mee bezig ben: de Wilde Jacht. Ze was laat, dus ik was in mijn dummie aan het schrijven, piekerend over wat nou de kern is van wat ik wil maken. Naast me zat Pjotr van de huismeesterij, die ik al vaker gesproken heb over de tuin, lunchend de krant te lezen. Hij is stiekem vervent tuinier, en zit vol tips. Zwijgend zaten we een tijdlang naast elkaar, elk verdiept in onze eigen wereld. Op een bepaald moment verbraken we toch de stilte. Pjotr wees me op de talloze kleine musjes die buiten, onder de fietsen achter het enorme raam van de hal, rond aan het scharrelen waren. ‘Zie je? Die vogeltjes zijn nu, midden in de winter, materiaal aan het verzamelen voor hun nesten. Je ziet ze met veel te grote takjes voor hun gewicht, om te proberen er vezels uit los te peuteren voor het nest. En als het vriest dan stoppen ze even en gaan daarna weer verder, net zoals bij ons in de bouw. Prachtig gezicht.’

Laten die kleine vogeltjes nu precies in hetzelfde stadium zitten waar Calle (decor), Marieke (produktie), Jasmin (kostuum/decor) en ik nu inzitten met de zwerftuin. Calle sprokkelt decorafval voor de plantenbakken; Marieke speurt het internet af naar bulkzakken, badkuipen voor regenwater, een kruiwagen; Jasmin en ik hebben net haar oude decor uit een kelder in Utrecht gehaald, waar we een kas van gaan bouwen. Materiaal verzamelen, rondscharrelen, mensen aanspreken; materiaal lospeuteren voor het nestje waar straks onze kindjes in gaan ontkiemen.

Dit is misschien waarom het ‘kunst’ is. Niet omdat het nieuw is, totaal niet, alles is immers hergebruik in nieuwe combinaties. Het is simpelweg ‘kunst’ door de verbanden die we leggen, en omdat we ons kennelijk in zo’n kunstmatige supermarkt-samenleving hebben ingegraven dat werkelijk alles erom schreeuwt om opnieuw de verbinding te leggen met de reële wereld: de natuur. Het is kunst vanwege het kleine gebaar dat Pjotr me geeft, wijzende op de scharrelende vogeltjes: Zie je? Kijk dan. Luister dan. (Niet naar ons, vergeet ons!) Maar open je ogen en oren voor de wereld, & verbaas je. Dat is voor mij een van de kernboodschappen van ‘kunst’.

Misschien is het ook wel een overschat doel: originaliteit. Misschien schuilt de basis van kunst, of verandering zo je wilt, niet in het geniale idee van 1 individu. Het schuilt in de eerste persoon die het idee herkent en zegt: daar geloof ik in. Ik doe mee. We zijn altijd een beetje achterdochtig voor bewegingen, voor de demonstratie, voor de massa, daar komt onze individualiteit tegen in opstand, die gaat zeuren zovan: ja maar, de nuance, is dat nu wel helemaal zo, ik ben eigenlijk heel anders dan die andere mensen, en bovendien heb ik al mijn eigen projekten en al helemaal geen tijd… Dat is misschien waarom er ondanks bizar beleid weinig meer gedemonstreerd wordt, en waarom de media die natuurlijk al helemaal aan de meningitis lijden, steevast cynisch reageren op demonstraties die wel gebeuren: dan wordt het weer eens afgezet tegen de kernwapen-demonstraties in 1981, en dan lijkt het toch weer erg marginaal dat er nu (met wat mazzel!) een paar duizend mensen de straat op gaan. Dat soort cynisme loopt hopelijk op haar laatste benen.

Wij maken een tuin. Omdat we het zat zijn te reageren op symptomen, en omdat het ons zinnig lijkt, en hee: gelukkig maar dat we daar niet alleen in staan. En we doen dit omdat het gewoon heel leuk is natuurlijk.
Kijk dan! Kijk! Vogeltjes! Plantjes!